Overslaan naar inhoud

Flori, 22 jaar trouw bij Silly Belgium

Om 6.30 uur 's ochtends ontwaakt het atelier aan de Dieleghemsesteenweg in Jette langzaam. De machines starten, de eerste amandelgeuren vullen de lucht. Flori is er al. Al meer dan twintig jaar is deze veelzijdige medewerkster een boegbeeld van Silly.

Op haar identiteitskaart staat Florica. Maar hier noemt iedereen haar Flori. Op haar 52ste kent ze het atelier bijna uit het hoofd. Schoonmaak, productie, wegen, verpakken, palletiseren: ze gaat met kalme vanzelfsprekendheid van de ene taak naar de andere. « Ik doe graag van alles wat », zegt ze. « Mettertijd heb ik bijna alle taken geleerd. »

Toch was niets voorbestemd om haar naar de productie van brésilienne en marsepein te leiden. Bij haar aankomst in België deed ze eerst schoonmaakjobs, daarna werkte ze een tijd in de horeca. Via een kennis hoorde ze over Silly, dat toen iemand zocht voor het onderhoud van zijn gebouwen.

« In het begin kwam ik om schoon te maken », vertelt ze. Maar de dingen veranderen snel. Haar collega's tonen haar de machines, de technieken, de verschillende stappen. « Beetje bij beetje leerden ze me de rest van het vak. »

Een tweede familie

Tweeëntwintig jaar later is Flori er nog steeds. Waarom zo lang gebleven? Ze glimlacht: « De mensen komen hier graag werken. De bazen zijn aardig, de collega's ook. We respecteren elkaar. Het is echt een warme plek. »

Eén woord keert vaak terug: familie. « Mijn familie woont in Roemenië », legt ze uit. « Hier in België heb ik mijn man en mijn zoon, maar op het werk heb ik een tweede familie gevonden. » Een gevoel dat door de jaren heen is gegroeid, soms in moeilijke momenten — zoals bij het overlijden van haar vader, toen het bedrijf haar zei de nodige tijd te nemen. « Ik denk niet dat veel bedrijven dat zouden doen. »

De trots van het vakmanschap

Vandaag beheerst Flori het productieproces. Ze beschrijft de reis van de amandelen: gewassen, gemalen, tot pasta verwerkt voordat ze op de werkbanken belanden. Ook al spelen de machines een grote rol, de hand blijft essentieel. « Uiteindelijk doen we nog veel met de hand: wegen, verpakken, controleren. »

Die expertise is ook een bron van trots. Soms geeft ze marsepein aan haar naasten. « Telkens weer zegt men me dat het de beste is die ze ooit geproefd hebben. Dat maakt me trots, want ik weet hoeveel werk erin kruipt. »

Het vak gaf haar veel meer dan vaardigheden. Bij haar aankomst had Flori weinig zelfvertrouwen. « Ik was bang om fouten te maken, bang om de machines aan te raken. » Haar collega's moedigden haar aan. « Ze zeiden dat je fouten mócht maken, dat je zo leert. Hier heb ik geleerd in mezelf te geloven. »

Ondanks de jaren blijft haar energie intact. « Het moeilijkste is niet het werken », zegt ze lachend. « Het is thuisblijven in het weekend. » Na meer dan twee decennia kan ze zich niet voorstellen ergens anders te werken: « Ik zou hier graag tot mijn pensioen blijven. » En in elke kilo marsepein en brésilienne die het atelier verlaat, zit een beetje van die trouw.

Deel deze post
De geschiedenis van marsepein